Even geduld a.u.b...
Even geduld a.u.b...

Inrijden en slijtage AUTO

Inrijden en slijtage AUTO

Elke nieuwe band heeft een inrijperiode nodig. Voor het inrijden moet gedurende de eerste 200 à 300 kilometer met matige snelheid worden gereden om de prestaties van de band te verbeteren voor de lange termijn. Het wordt aangeraden om niet te snel te accelereren noch plotseling te remmen in de eerste kilometers, de tijd om het rijgedrag aan te passen aan de nieuwe banden. Als uw oude stel banden erg versleten was, wees er dan bewust van dat het gedrag van uw voertuig verschillend zal zijn met het nieuwe stel, zelfs bij bandenmerken met dezelfde referenties.

Controle van de slijtage van de banden

Het is bij het controleren van de bandenspanning ook noodzakelijk om de slijtage van het loopvlak te verifiëren. Met de TWI indicatoren die zich op de wangen van de banden bevinden, kan de bestuurder de slijtage-indicatoren vinden. De slijtage mag nooit de indicatoren bereiken die zijn geplaatst in de bodem van het profiel en dienen gelijkmatig te zijn over het gehele oppervlak. "Een slijtage-indicator van 1.6 millimeter geeft de hoogte van de minimum voorgeschreven dikte van het rubber aan".

Gevaar van versleten banden

Slijtage van de banden heeft verlies van grip tot gevolg Hoe meer uw banden zijn versleten (steeds minder diepe groeven), hoe langer de remafstanden worden, vooral op nat wegdek, en hoe groter het risico voor aquaplaning.

Zorg voor gelijkmatige slijtage van de banden

De positie van de wielen (geometrie, uitlijning) en uw rijstijl kunnen de oorzaak zijn van ongelijkmatige slijtage van de banden onderling. Om ervoor te zorgen dat de banden gelijkmatig slijten, wordt aangeraden om ongeveer elke 5 000 à 10 000 km de voor-en achterwielen onderling te verwisselen. Tot slot is bepaald in de Verkeerswet dat twee op één as gemonteerde banden geen onderling verschil mogen vertonen tussen de diepte van de hoofdgroeven dat groter is dan 5 mm.

Zoeken
Autobanden